|
|
|
|
| 23 januari 2011 - Derde zondag |
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
|
Lezingen:
Jesaja
8,23-9,3
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
De
asielzoekers die ons het meest aanspreken zijn de mensen die naar
ons land vluchten omdat ze in hun thuisland voor hun leven moeten
vrezen. Ze zoeken een veilig onderkomen, in een land waar ze niet
vervolgd worden, waar ze in een beetje welvaart met hun gezin en
hun kinderen hopen te kunnen leven. Toen Jezus in Kafarnaüm kwam wonen is er volgens
Matteüs een oude profetie in vervulling gegaan. Het volk dat er in
duisternis leefde, in de schaduw van de dood, zag een schitterend licht
en werd erdoor beschenen.
Galilea had iets weg van België. De mensen waren
niet arm. Het was een religieus gemengde provincie, multicultureel
zouden wij nu zeggen. De Joden leefden er samen met 'heidenen' van
allerlei slag. Kafarnaüm was een open grensstad, een centrum van handel
en verkeer. Maar vanuit het gezichtspunt van het evangelie leefden de
mensen er in duisternis. In dat 'Galilea van de heidenen' is Jezus
begonnen met zijn prediking. 'Keert u naar het koninkrijk van de hemel:
het is nabij!' Hij deed een schitterend licht schijnen.
Toen Jezus medewerkers wilde aanwerven, kostte het
hem - als Matteüs gelijk heeft - geen moeite om enkele vissers bereid
te vinden. Hij zei gewoon: 'Kom mee met mij, ik zal jullie een ander
beroep aanleren.' Ze lieten direct hun job staan. Ze volgden Jezus en
leerden van hem hoe ze mensen moesten vissen.
We zien bij ons mensenvissers bij de vleet aan het
werk. Jehova's getuigen, Mormonen en tutti quanti. Ze slagen erin met
hun bijbel in de hand nogal wat mensen in hun netten te vangen. Maar dat
is niet de stiel die Jezus aan zijn volgelingen heeft geleerd. Hij
leerde hen niet de knepen van de welsprekendheid en de technieken van de
overredingskunst. In het licht dat ze in Jezus' spoor deden schijnen
maakten ze mensen bewust van de duisternis waarin ze leefden en riepen
ze hen op zich naar dat licht te keren. Te geloven in het goede nieuws
dat Gods koninkrijk nabij was.
Mensen vissen hebben ze van Jezus al doende geleerd:
mensen optillen uit de duisternis van veel soorten kwalen waaraan ze
leden, mensen bevrijden van kwade geesten waardoor ze bezeten waren. Ze
werkten met hem mee om Gods koninkrijk metterdaad te doen komen.
Bisschop De Kesel van Brugge heeft in zijn preek in
de kerstnachtviering commentaar gegeven op profetie van Jesaja over het
licht dat scheen voor het volk dat in duisternis leefde. Deze woorden
weergalmen vandaag in onze oren, zei hij. "Wij zijn het volk dat
wandelt in het donker." Het licht waardoor we beschenen worden
onthult onze donkere kanten. We zijn als de herders in Betlehem. Mensen
die geen aanzien meer hebben en zelfs misprezen worden. "De kerk is
een schamele herder geworden."
Een 'Galilea van de heidenen': dat is nu onze
leefwereld. Multicultureel en multireligieus. Kerkgetrouwe christenen
zijn een slinkende minderheid, als schamele herders, minder opvallend
dan de gelovigen die zich niet meer of nog nauwelijks christen willen
noemen, de ongelovigen en andersgelovigen. Met hen allen moeten ze
samenleven in goede verstandhouding. Allen proberen ze broederlijk
tegemoet te treden, uit kracht van hun overtuiging dat allen zonder
onderscheid kinderen zijn van dezelfde ene God in wie ze geloven.
Moeten overtuigde christenen toch niet proberen op te
vallen? Zijn ze dat niet aan hun geloof verplicht? Gods koninkrijk zal
niet komen, hoe dikwijls we er ook om bidden, als wij het niet doen
komen door zijn wil te doen. Licht in de wereld moeten jullie zijn, zei
Jezus. "Laat jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie
goede daden zien (Matteüs 5,16). Mensen opvissen uit hun duisternis
door de wervingskracht van een authentiek beleefd geloof.
Zo kan het gebeuren dat mensen die ons bezig zien,
geraakt worden door wat we zeggen en doen uit kracht van onze
christelijke overtuiging. Geraakt op zo'n manier dat ze voor henzelf
licht zien opgaan en tot het inzicht komen: dit is werkelijk de moeite
waard, daar kan ik me aan spiegelen. We mogen hopen dat ze God dankzij
ons aan het werk kunnen zien. Dat ze God dankbaar zijn om diegenen die
in woord en werk zijn licht voor hen zijn, hen bevrijden van somberheid
en geloof geven in de zinvolheid van hun leven.
E.R. Brandts
Inspiratie: |