23 januari  2011 - Derde zondag afdrukken  Word-document






 



Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Jesaja 8,23-9,3
Matteüs 4,12-23

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

   


Mensen opvissen uit hun duisternis

 

De asielzoekers die ons het meest aanspreken zijn de mensen die naar ons land vluchten omdat ze in hun thuisland voor hun leven moeten vrezen. Ze zoeken een veilig onderkomen, in een land waar ze niet vervolgd worden, waar ze in een beetje welvaart met hun gezin en hun kinderen hopen te kunnen leven.
Het klinkt heel vreemd, maar dat is het niet: volgens het Matteüsevangelie is ook Jezus zo'n asielzoeker geweest. Hij was nog maar pas geboren toen zijn ouders voor hem asiel zochten in Egypte om hun kind te redden uit de greep van Herodes die het op zijn leven had gemunt. En als volwassen man is hij zelf voor een dodelijke dreiging gevlucht toen zijn neef Johannes in de gevangenis was geworpen en weldra zou gedood worden. Hij zocht een veilig onderkomen in de noordelijke uithoek van zijn vaderland, de streek die het 'Galilea van de heidenen' werd genoemd. Daar is het dan allemaal begonnen. Een fundamentele wending in de mensengeschiedenis.

 

Toen Jezus in Kafarnaüm kwam wonen is er volgens Matteüs een oude profetie in vervulling gegaan. Het volk dat er in duisternis leefde, in de schaduw van de dood, zag een schitterend licht en werd erdoor beschenen.

Galilea had iets weg van België. De mensen waren niet arm. Het was een religieus gemengde provincie, multicultureel zouden wij nu zeggen. De Joden leefden er samen met 'heidenen' van allerlei slag. Kafarnaüm was een open grensstad, een centrum van handel en verkeer. Maar vanuit het gezichtspunt van het evangelie leefden de mensen er in duisternis. In dat 'Galilea van de heidenen' is Jezus begonnen met zijn prediking. 'Keert u naar het koninkrijk van de hemel: het is nabij!' Hij deed een schitterend licht schijnen.

Toen Jezus medewerkers wilde aanwerven, kostte het hem - als Matteüs gelijk heeft - geen moeite om enkele vissers bereid te vinden. Hij zei gewoon: 'Kom mee met mij, ik zal jullie een ander beroep aanleren.' Ze lieten direct hun job staan. Ze volgden Jezus en leerden van hem hoe ze mensen moesten vissen.

We zien bij ons mensenvissers bij de vleet aan het werk. Jehova's getuigen, Mormonen en tutti quanti. Ze slagen erin met hun bijbel in de hand nogal wat mensen in hun netten te vangen. Maar dat is niet de stiel die Jezus aan zijn volgelingen heeft geleerd. Hij leerde hen niet de knepen van de welsprekendheid en de technieken van de overredingskunst. In het licht dat ze in Jezus' spoor deden schijnen maakten ze mensen bewust van de duisternis waarin ze leefden en riepen ze hen op zich naar dat licht te keren. Te geloven in het goede nieuws dat Gods koninkrijk nabij was.

Mensen vissen hebben ze van Jezus al doende geleerd: mensen optillen uit de duisternis van veel soorten kwalen waaraan ze leden, mensen bevrijden van kwade geesten waardoor ze bezeten waren. Ze werkten met hem mee om Gods koninkrijk metterdaad te doen komen.

Bisschop De Kesel van Brugge heeft in zijn preek in de kerstnachtviering commentaar gegeven op profetie van Jesaja over het licht dat scheen voor het volk dat in duisternis leefde. Deze woorden weergalmen vandaag in onze oren, zei hij. "Wij zijn het volk dat wandelt in het donker." Het licht waardoor we beschenen worden onthult onze donkere kanten. We zijn als de herders in Betlehem. Mensen die geen aanzien meer hebben en zelfs misprezen worden. "De kerk is een schamele herder geworden."

Een 'Galilea van de heidenen': dat is nu onze leefwereld. Multicultureel en multireligieus. Kerkgetrouwe christenen zijn een slinkende minderheid, als schamele herders, minder opvallend dan de gelovigen die zich niet meer of nog nauwelijks christen willen noemen, de ongelovigen en andersgelovigen. Met hen allen moeten ze samenleven in goede verstandhouding. Allen proberen ze broederlijk tegemoet te treden, uit kracht van hun overtuiging dat allen zonder onderscheid kinderen zijn van dezelfde ene God in wie ze geloven.

Moeten overtuigde christenen toch niet proberen op te vallen? Zijn ze dat niet aan hun geloof verplicht? Gods koninkrijk zal niet komen, hoe dikwijls we er ook om bidden, als wij het niet doen komen door zijn wil te doen. Licht in de wereld moeten jullie zijn, zei Jezus. "Laat jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien (Matteüs 5,16). Mensen opvissen uit hun duisternis door de wervingskracht van een authentiek beleefd geloof.

Zo kan het gebeuren dat mensen die ons bezig zien, geraakt worden door wat we zeggen en doen uit kracht van onze christelijke overtuiging. Geraakt op zo'n manier dat ze voor henzelf licht zien opgaan en tot het inzicht komen: dit is werkelijk de moeite waard, daar kan ik me aan spiegelen. We mogen hopen dat ze God dankzij ons aan het werk kunnen zien. Dat ze God dankbaar zijn om diegenen die in woord en werk zijn licht voor hen zijn, hen bevrijden van somberheid en geloof geven in de zinvolheid van hun leven.

E.R. Brandts

Inspiratie:
Kees Pannekoek, Verwijlen in Emmaüs, Gooi & Sticht 2001, 117-119
J. Van Oostveld, http://preken.awardspace.com/aj3zondag.htm